Vertalingen

Engels
Transformation

New Zealand, Catlins, petrified forest

We needed to go to carefully
step through the margins of the world

drifitng from one foot to the next
stumbling over seaweed like straps

between petrified trunks, sturdier than rock,
hardened under the weight of the dark

refusing to let bonds fall apart. They drank
the sea and submitted themselves, remained.

Where low tide occasionally lays bare ancient wood
we scrabbled about between panorama and explanation.

Then we needed to move on, becoming
passengers of the car on our way to each other.

Vertaling: Susan Ridder
In: Poetry New Zealand Yearbook 2021

 

Transformatie

New Zealand, Catlins, petrified forest

We moesten gaan om met voorzichtige stappen
te lopen door de marge van de wereld

zwervend van de ene voet naar de andere
struikelend over wieren als riemen

tussen versteende stammen, sterker dan rots,
die zich hardden onder de zwaarte van het donker

niet toelieten dat het verband uiteen zou vallen.
Ze dronken de zee en droegen zich over, bleven.

Waar eb voormalig hout sporadisch blootlegt
zochten we tussen verklaring en uitzicht.

Toen moesten we verder om te worden
van de auto de inzittenden onderweg naar elkaar.

 

Albany – Nijmegen 1947

When here had to become home again
and you cast off what was lost

when the apathy of the dead
converged with the vigor of the living

confusion arose
and you were tangled up within.

Where did you belong and would you
still call it home tomorrow?

In that turmoil you may have heard
that a city across the ocean

launched a ship of compassion
with nourishment for your gaunt child.

In a jacket gifted by a stranger
hope was woven like thread

sent from there to a broken here
it sailed between the distant rivers.

Translation: Julie Miracle,
Radboud in’to Languages, March, 2018

 

Albany – Nijmegen 1947
Toen het hier weer thuis moest worden
en je poogde kwijt te raken wat weg was

toen onder één dak het getalm van de doden
hokte met de drang van de levenden

stond de verwarring op
en jij was alles ineen die kluwen.

Waar woonde je en waar je woonde
was je daar ook morgen nog?

In die chaos hoorde je of hoorde je niet
dat van over de oceaan een stad

het schip van mededogen stuurde
met levertraan voor je mager kind.

In de jas voor jou van een onbekende
zat de hoop geweven, ginds

zonden ze hem naar het geschonden hier
hij voer tussen de verre rivieren.

 

Crossing over

Once more in the floodplains the restlessness
of mortals reigned

yet they wore different helmets, blue and yellow
high on their heads like cheery caps.

We strived to fathom the distant movements
begged the river for restraint and
again and again recalled the sapper

how he urged a canvas boat across the naked water
at 15.00 hours that Wednesday in ’44.

Looking back we may grant him and his comrades
minutes of silence, but never more
the promised night, the fairly safe darkness.

The arch has been hoisted, the coolness of concrete kept.
We saw yonder the row of steadfast columns growing

considered long enough the far side far.
There now lies a bridge that bears the passing.

Uit: Stadsgedichten, 2015
translation: Radboud in’to Languages, 2019

 

​Oversteken

Opnieuw heerste in de uiterwaard het rusteloze
van stervelingen

maar ze droegen andere helmen, blauwe en gele
hoog op het hoofd als uitgelaten petten.

We trachtten de verre bewegingen te doorgronden
verzochten de rivier dringend zich te gedragen en
keer op keer dachten we terug aan de geniesoldaat

hoe hij een canvas boot over het blote water joeg
die woensdag om vijftien uur in ‘44.

Achteraf kunnen we hem en zijn kameraden
minuten stilte geven, maar nooit meer
de beloofde nacht, het tamelijk veilig duister.

De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt.
We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien

beschouwden lang genoeg de overkant als overkant.
Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt.

Duits
Obdach des Anfangs

 

Sie lauschte dem Geläut der Kirchenglocken.
Ein klares Geräusch, doch zu beharrlich.
Sie wusste, wie die Kirchgänger kamen, in bunten

Sommerkleidern und Hemden mit kurzen Ärmeln.
So würden sie singend über den großartigen, begeisterten Wind
vom Weg abgekommene Gedanken glätten.

Pfingstsonntag. Irgendwo im Villenviertel
mühte sich der Ehemann mit ihrem Sohn ab.
Er schob das Kind in einem zusammenklappbaren

Buggy vor sich her, unterwegs zu anderen Kindern,
bei einem Sandkasten unter einer Platane. Nicht
zu ertragen, murmelte sie, im Licht

des Tages gibt es nichts in diesem Viertel, das aufsteigt
oder verschwimmt und morgen wischt wieder
eine Bekannte Staub; ich habe verpasst

mich ganz zu versenken in Lied zweihundertachtundvierzig,
ein Haus gebaut, das in einer Konstellation
aus Beweggründen verschwindet,

im Klavier, der Couch und den Übergardinen.
Würde ich mich doch an einem Zügel treiben lassen,
der geliebte Bande zerreißt, ohne

mich weiter zu kümmern um Struktur oder Dauer,
bestimmt im Windstoß umherzustreifen

auf der Suche nach einem Obdach des Anfangs.

 

 Aus dem Niederländischen

von Stefan Wieczorek

Uit: Veerstraat, 2001, De Arbeiderspers

 

Verblijf van aanvang

Ze luisterde naar het luiden van de kerkklokken.
Een helder geluid, maar te bestendig.
Ze wist hoe de kerkgangers kwamen, in kleurige

zomerjurken en overhemden met korte mouw.
Zo zouden ze zingend over de geweldige gedreven wind
op drift geraakte gedachten ontzenuwen.

Pinksterzondag. Ergens in de villawijk
ploeterde haar echtgenoot met hun zoon.
Hij duwde het kind voort in een inklapbare

wandelwagen, op weg naar andere kinderen,
bij een zandbak onder een plataan. Niet
te verdragen, prevelde ze, in het licht

van de dag is er niets in deze wijk dat opstijgt
of vervaagt en morgen neemt opnieuw
een bekende het stof af; ik heb verzuimd

me te laten gaan op gezang tweehonderdachtenveertig,
een huis gebouwd dat verdwijnt
in een constellatie van beweegredenen,

in de piano, het bankstel en de overgordijnen.
Durfde ik maar gedreven te worden aan een teugel
die geliefde banden stukbreekt, zonder

me te bekommeren om structuur of duurzaamheid,
bestemd tot zwerven binnen een windvlaag

op zoek naar een verblijf van aanvang.

Frans
Rue du bac

 

Des blaireaux y habiteraient, dit-on ; plus invisible
que le bac d’antan. Bin plus de choses arrivent ici

que je ne remarque pas, coutumière de la ville, exercée
à passer mon chemin, à éviter des impressions. Un bref instant

je laisse mon étonnement s’eveiller encore devant des jardins
sur des garages et des arbres plantés dans du géosynthétique.

Mais là où le pays s’est laissé lentement
modeler en trois terrasses par une rivière

et à nouveau reconstruire en faux plat,
où la terre en sa somnolence se retourne,

il faut savoir s’arrêter et attendre ;
ton cœur un animal prudent.

Traduit du néerlandais par Frans de Haes.
In Septentrion 2002, nr. 3, Uit: Veerstraat, 2001

 

Veerstraat 

Ze zeggen dat er dassen wonen; ze zijn onzichtbaarder
dan het voormalig veer. Er gebeurt hier meer

dat ik niet opmerk, de stad gewend, erin geoefend
door te lopen, indrukken te ontwijken. Kortstondig

laat ik mijn verwondering nog wekken door tuinen
op parkeergarages en bomen geplant in enkadrain.

Maar waar het land zich traag door een rivier
tot drie terrassen bouwen liet

en weer reconstrueren tot vals plat,
waar grond zich omdraait in zijn sluimer

moet je kunnen stilstaan en wachten;
je hart een voorzichtig dier.

 

Pas tout ne doit exister <

Pendant des heures Amanda et son père parlent de rien.
Rien est bien réel car inchangeable

comme est stable ma méfiance des chiens
quoiqu’elle dépende de la taille du chien

ce qui est trop peu de rien. Amanda a un chien.
Dans son livre elle le sort.

De même Brian dit un brin à propos de rien. Tout comme le vide
c’est impossible, des choses doivent alors se produire.

Il veut dire l’univers qui se met en branle
comme une roue qui s’invente elle-même.

Cette nuit le chien d’Amanda me guettait
fillette de sept ans figée, bouchée toute prête.

Ah, corps! Pas tout ne doit exister.
Même Celui qui fut à jamais éternel, peut passer.

 

Traduit du néerlandais  par Frans De Haes.
In Septentrion, 2017, nr. 1, Uit: Ergens slapen de anderen

 

Niet alles hoeft te bestaan

 

Amanda en haar vader praten uren over niets.
Niets is werkelijk want onveranderlijk

zoals mijn argwaan voor honden stabiel is
hoewel afhankelijk van de grootte van de hond

dus toch te weinig niets. Amanda heeft een hond.
In haar boek laat ze hem uit.

Ook Brian zegt iets over niets. Net als leegte
is het onmogelijk, dan moeten er dingen gebeuren.

Hij doelt op het heelal dat op gang komt
als een wiel dat zichzelf uitvindt.

Vannacht loerde de hond van Amanda naar mij
stokkend meisje van zeven, hapje dat klaarstaat.

Ach lichaam. Niet alles hoeft te bestaan.
Zelfs Hij die altijd eeuwig was, kan voorbijgaan.

 

 

Indonesisch
Pemberhentian sementara di Singapura

Jam-jam tenang disaat keterburuan belum kembali.

Penumpang yang sementara tak bisa berlanjut, menatap

lewat ikan-ikan yang lelah dalam titik kematian dari pergerakan.

Di atas karpet yang halus terdorong bakat untuk menunggu.

Kesejukan menembus hawa dari luar yang tak aku kenal

hangat dan lembab seperti dalam organ ususku.

Aneh tersesat dalam tubuh

yang membawa pasport dengan informasiku.

Dalam peregangan waktu roti kumakan, botol

kuisi; aku hidup dalam isyaratku.

Samar-samar masih sukacita. Aku telah

di negeri dengan pepohonan dengan bunga merah.

Terjemahan: © Siti Wahyuningsih dan Albert Hagenaars

28-10-2018

Uit: Ergens slapen de anderen

Kunjungi juga:

Frozen Poets – Patung-patung, kuburan dan jejak lain dari penyair2

www.alberthagenaars.nl 

https://puisibelanda.blogspot.com

 

Tussenlanding in Singapore

 

De kalme uren als haast nog niet terugkeert.

Tot stilstand geraakte reizigers starend langs

lome vissen in het dode punt van een beweging.

Over zacht tapijt rol ik mijn talent van wachten.

Door het koele zweemt een buiten dat ik niet ken

warm en vochtig als in mijn organen.

Het is vreemd te dwalen in een lichaam

dat een paspoort draagt met mijn gegevens.

In uitgerekte tijd eet ik een boterham, vul

mijn drinkflesje; ik leef in mijn gebaren.

Vaag nog de vreugde. Ik was

in een land met aan de bomen rode bloemen.

Tak menemukan sesatu

Ketika saya merapikan lemari kerja saya menemukan

potongan metal ukuran dua kali tiga centimeter

dengan pipa kecil yang janggal. Saya tidak tahu

bahwa semacam itu ada dan saya telah mempunyainya.

Itu kelihatan aneh

tetapi berguna dan bertujuan.

Begitu hadir dengan sungguh

dan bernilai tak terbantahkan.

Saya memutarnya di antara jemariku

seperti meraba bisa mengungkap kegunaannya.

Seseorang mampu berbicara apa manfaatnya

mampu bilang jangan buang itu

seseorang yang tahu semua koneksi di dunia.

Terjemahan: © Siti Wahyuningsih dan Albert Hagenaars

07-09-2015

Uit: Restruimte

www.alberthagenaars.nl 

https://puisibelanda.blogspot.com

 

 

Iets niet vinden

Bij het opruimen van de werkkast vind ik

een stukje metaal van twee bij drie

met een bizar buisje. Ik wist niet

dat zoiets bestond en dat ik het had.

Het ziet er vreemd uit

maar nuttig en doelgericht

Zo onbuigzaam aanwezig

en onweerlegbaar de moeite waard.

Ik draai het tussen mijn vingers alsof

een gebaar het gebruik kan onthullen.

Iemand kan zeggen waar het voor dient

kan zeggen gooi het niet weg

iemand die in de wereld de verbindingen kent.

 

Home